Le Champagne
Champagne is een mousserende wijn uit de champagnestreek in Frankrijk. Het feit dat deze wijn uit de Champagne streek komt maakt dat men de wijn champagne mag noemen. Maar dat is uiteraard slechts een deel van het verhaal. De méthode champenoise, de tweede gisting op fles, maakt champagne tot de bekende sprankelende mousserende wijn.
Druiven en champagne
Het merendeel van de champagne wordt gemaakt uit een mengsel van witte en blauwe druiven. Er zijn drie druivensoorten die men gebruikt voor de vervaardiging van champagne: De witte druivensoort Chardonnay en de blauwe druivensoorten Pinot Noir en Pinot Meunier. Een champagne die alleen uit de witte Chardonnay druif gemaakt wordt noemt men Blanc de Blancs. Een champagne van alleen de blauwe druivensoorten noemt men Blanc de Noirs.
In de champagne viticole, het beperkte gebied waaruit de wijn zich champagne mag noemen, is ongeveer 40% van de wijngaarden beplant met Pinot Noir en ongeveer 35% met de Pinot Meunier.De overige 25% van het gebied bestaat uit wijngaarden met de Chardonnay druif.
Kenmerken
Het samenvoegen van verschillende druiven tot een mooi geheel is een ware kunst. Meestal bestaat een champagne uit de drie genoemde druivensoorten, van verschillende wijngaarden per soort. De verschillende druiven hebben een aantal specifieken kenmerken die maken dat de combinatie zo’n bijzonder eindproduct oplevert.
De Pinot Meunier druif is het eerst rijp en het best bestand tegen de vorst. De Pinot Meunier geeft de champagne zijn fruitige frisheid. De Pinot Noir (de druif waar de rode bourgogne van gemaakt wordt) is een fragielere druivensoort met een dunnere schil. Dit maakt deze soort voor de wijnboeren iets lastiger om te verwerken. De Pinot Noir geeft de champagne zijn structuur en karakter. De Chardonnay (de druif waar de witte bourgogne van gemaakt wordt) heeft een wat hogere zuurgraad dan de andere twee soorten en geeft de champagne zijn verfijning.